Palingkwekerij
In de palingkwekerij groeien de zogenaamde glasaaltjes op van 0,3 gram per stuk naar paling van 150 tot 1000 gram per stuk. Dit gebeurt in een gesloten recirculatiesysteem waarbij de afvalstoffen op biologische manier worden onttrokken uit het water, waardoor het water weer hergebruikt kan worden. Zo wordt het water en energiegebruik zo laag mogelijk gehouden. Hierbij worden alle waardes van het water nauwlettend in de gaten gehouden, zoals PH, ammonium, nitriet, nitraat en zuurstof. Dit moet op een natuurlijk evenwicht blijven zodat de paling zich goed voelt in het water.
De glasaaltjes worden de eerste 14 dagen gevoerd met kabeljauwkuit waar ze dol op zijn. Na ongeveer 14 dagen wordt overgestapt naar droog kruimelvoer, naar gelang de maat van de paling oplopend van 0.5 mm voor de glasaal naar 2.2 mm voor de grote paling. De glasaaltjes worden om de 40 dagen op maat gesorteerd omdat palingen niet allemaal even snel groeien en zo wordt voorkomen dat de grote palingen al het voer opeten. Als de paling dan ongeveer 10 gram weegt worden ze pas om de 8 weken gesorteerd omdat ze dan wat minder stressgevoelig zijn.
Na ongeveer 1,5 tot 2 jaar groeit een paling uit van een glasaaltje tot een volwassen paling. Dan zijn ze dus groot genoeg om verwerkt te worden. De palingen die groot genoeg zijn om te worden verwerkt tot gerookte paling worden 7 dagen in zuiver water gehouden. Hierin hebben ze geen voer ter beschikking zodat de paling goed uit kan zwemmen.


